Ik weet nooit wat ik zeggen moet,
in een kamer vol bezoek,
Ik ben nogal verlegen.
Ik stotter altijd voor de klas,
bij gymnastiek zit alles vast,
Ik ben nogal verlegen.
Als iemand op m'n schouders klopt,
krijg ik al een rooie kop,
Ik ben nogal verlegen.
Refrein:
Maar als ik op de planken sta,
ben ik niet te stuiten,
laat ik ze een poepie ruiken,
dan ga ik uit m'n dak.
Maar als ik op de planken sta,
dan is het een groot feest,
als ik op de planken sta,
ben ik een podiumbeest.
Een podiumbeest, een podiumbeest.
Ik draai me liever heel snel om,
dan dat ik iemand tegen kom,
ik ben nogal verlegen.
Ik moet geen jongens om me heen,
ik ben gewoon het liefst alleen,
ze is nogal verlegen (precies).
Het is een soort van handicap,
maar als je dat nou een keer hebt,
wat doe je er dan tegen?
Refrein:
Maar als ik op de planken sta,
dan ben ik niet te stuiten,
laat ik ze een poepie ruiken,
dan ga ik uit mijn dak.
Maar als ik op de planken sta,
dan is het een groot feest,
als ik op de planken sta,
ben ik een podiumbeest.
Een podiumbeest, een podiumbeest.
Het voordeel is,
een spot op m'n gezicht,
das waar ik zo naar verlang.
Als het doek op gaat,
als het doek op gaat,
ben ik voor niemand bang
Refrein:
Want als ik op de planken sta,
dan ben ik niet te stuiten,
laat ik ze een poepie ruiken,
dan ga ik uit mijn dak.
Als ik op de planken sta,
dan is het een groot feest,
als ik op de planken sta,
ben ik een podiumbeest.
Een podiumbeest, een podiumbeest.
Een podiumbeest.